Publications

== Voor een Nederlandse beschrijving van sommige gepubliceerde studies, zie onderaan ==

EGRET-cofund fellows have published the results of their research in high-ranked scientific journals. Below you can read a summary of their published work.

For an overview of all our work, see also our project page on ResearchGate

 

Nigus Gebrmedhin Asefa and Anna Neustaeter:

Heritability (h2) is a measure that describes how people within a population are different, and how much of this difference is explained by genetics. The best example is height; some people are tall and some people are short. How much is the variation in height in a population due to genetic differences? Heritability is the answer; it ranges from 0 to 1, where the higher the score, the more the variation of the trait (like height) is due to genetics. In our study, we systematically reviewed and meta-analysed the h2 of glaucoma, and related eye traits, termed ‘endophenotypes’. Glaucoma, the second leading cause of irreversible blindness in the world, is a general term for a group of eye diseases that are progressive, asymptomatic, and irreversibly damage vision. Glaucoma-related endophenotypes are intraocular pressure (IOP), anterior chamber size (ACS), central corneal thickness (CCT), and the cup-to-disc ratio (CDR). The h2 of primary open-angle glaucoma ranged from 0.17 to 0.81, and was 0.65 for primary angle-closure glaucoma in a single study. The pooled endophenotype h2 estimates and 95% confidence intervals (in brackets) were: IOP: 0.43(0.38-0.48), ACS: 0.67(0.60-0.74), CCT: 0.81(0.73-0.87), and CDR: 0.56(0.44-0.68). The main factors creating variation in h2 of glaucoma was age (h2 of glaucoma is higher in populations younger than 50 years of age), ethnicity (h2 of the endophenotype ACS is higher in people with East Asian ancestry), and study design (h2 is higher within twin-based studies). This paper confirms the strong influence of genetic factors on glaucoma and its endophenotypes.

 This work is published in Britisch Medical Journal Open in February 2018. A PDF version of the paper, entitled “Heritability of glaucoma and glaucoma-related endophenotypes: systematic review and meta-analysis protocol”, can be accessed here.


Allison Loiselle:

There is a theory that glaucoma patients have a lower brain pressure than healthy subjects, but it is controversial. The aim of this study was to measure brain pressure noninvasively through the ear. We can measure this using characteristics of sounds that the ear produces that are altered when brain pressure changes. We measured in different body positions using a bed that can be tilted, and compared our results between glaucoma patients with high eye pressure (17 people), glaucoma patients with low or normal eye pressure (15 people), and healthy subjects (32 people). The sounds recorded from the ear had a clear relationship with body position, and therefore brain pressure, and were the same between all of the groups tested. This indicates that there is no evidence that glaucoma patients have a lower brain pressure. More broadly, these noninvasive measurements from the ear could be used in the future to monitor changes in brain pressure in a clinical setting and to measure changes over the day or changes caused by certain medications.

This work is published in PLoSONE in October 2018. A PDF version of the paper, entitled “Noninvasive intracranial pressure assessment using otoacoustic emissions: An application in Glaucoma”, can be accessed here.

Nederlandse vertaling:

De theorie die zegt dat glaucoompatiënten een lagere hersendruk hebben dan gezonde mensen is controversieel. In dit onderzoek hebben we, op een niet-invasieve manier, via het oor de hersendruk gemeten. Geluiden die door het oor geproduceerd worden veranderen wanneer de hersendruk verandert. Dus door deze geluiden op te nemen, kunnen we veranderingen in hersendruk meten. Zo hebben we de hersendruk gemeten in mensen terwijl we hun lichaamspositie veranderen met behulp van een kanteltafel. We hebben metingen gedaan bij 17 glaucoom patiënten met hoge oogdruk, 15 glaucoom patiënten met een lage of normale oogdruk en 32 gezonde deelnemers, en deze met elkaar vergeleken. De opgenomen geluiden (en dus ook de hersendruk) veranderde wanneer de positie van het lichaam veranderde. Deze observatie was gelijk voor alle groepen. Dit betekent dat glaucoom patiënten dus geen lagere hersendruk hebben dan gezonde mensen. In de toekomst kan deze niet-invasieve methode ook gebruikt worden om veranderingen in hersendruk te meten in een klinische setting. Zo kunnen bijvoorbeeld veranderingen gedurende de dag of veranderingen die worden veroorzaakt door medicatie worden gemeten.

Dit werk is gepubliceerd in PLoSONE in October 2018. Een PDF versie van het geschrift, met de titel “Noninvasive intracranial pressure assessment using otoacoustic emissions: An application in Glaucoma”, kan hier worden gevonden.

 

Asterios Chrysou:

The visual system in Parkinson’s Disease has been the subject of research interest since the 1980’s, with multiple studies beginning to build a picture that a disease known for motor problems, is also responsible for impaired vision. The visual abilities often disturbed include the ability to identify faces and discriminate between shades of black, and the perception of color. In order to better understand these visual disturbances, the first place to look is at the retina, in the back of the eye. Retinal cells process incoming light and forward the information to the brain. Recent imaging advances – namely optical coherence tomography – allows us to take pictures of the living retina and investigate the well-being of these retinal cells.

A large amount of studies have been published investigating the retina in Parkinson’s with optical coherence tomography. These studies present different outcomes, with some suggesting pathological retinal damage in the disease, yet others reporting no differences between healthy and Parkinson patient. In order to provide a complete systematic summary of evidence of retinal changes in Parkinson’s, we conducted a meta-analysis of all available published studies. Studies comparing the retina between healthy people and Parkinson’s patients with optical coherence tomography were included.

Based on our data synthesis, comparing 1916 patients and 2006 healthy controls, we concluded that retinal thinning exists in Parkinson’s disease, in the inner but not outer retinal layers. This pattern is similar to that seen in Alzheimer’s, other neurodegenerative diseases and also the eye disease glaucoma. New longitudinal studies in newly diagnosed patients could aid us in understanding the progression of the disease, and the progressive impact on vision.

This work is published in Parkinsonism and Related Disorders in April 2019. A PDF version of the paper, entitled “Retinal layers in Parkinson’s disease: A meta-analysis of spectral-domain optical coherence tomography studies”, can be accessed here.

Nederlandse vertaling:

Al sinds de ’80 wordt het visuele systeem van mensen met de ziekte van Parkinson uitvoerig onderzocht. Deze onderzoeken laten zien dat deze ziekte, die voornamelijk bekend staat om de motorische problematiek, ook visuele problemen kan veroorzaken. Problemen worden ondervonden bij het onderscheiden van gezichten en verschillende tinten zwart en bij kleurperceptie. Om deze verstoringen beter te begrijpen wordt er vaak eerst naar het netvlies van het oog gekeken. Licht het oog binnenkomt wordt door cellen in het netvlies verwerkt, die de informatie doorsturen naar de hersenen. Met behulp van OCT-angiografie kunnen we foto’s maken van het netvlies en zo de gesteldheid van de cellen in het netvlies onderzoeken.

Er zijn een heleboel onderzoeken die op deze manier het netvlies van Parkinsonpatiënten heeft onderzocht. Deze onderzoeken laten echter verschillende uitkomsten zien, uit sommige onderzoeken blijkt er schade aan het netvlies en bij andere onderzoeken niet. In dit onderzoek hebben we een meta-analyse uitgevoerd, waarbij we de uitkomsten van gepubliceerde studies hebben samengevoegd en geëvalueerd. Alle onderzoeken waarin het netvlies van Parkinsonpatiënten en gezonde mensen met behulp van OCT zijn vergeleken werden geïncludeerd.  

Op basis van onze samengestelde dataset, waarin in totaal 1916 patiënten zijn vergeleken met 2006 gezonde mensen, concluderen wij dat het netvlies dunner is in Parkinsonpatiënten, maar alleen in de binnenste lagen. Dit is vergelijkbaar met het patroon dat we zien in de ziekte van Alzheimer, andere neurodegeneratieve ziektes en glaucoom. Nieuwe longitudinale onderzoeken in, recent gediagnosticeerde, Parkinsonpatiënten zouden ons kunnen helpen het verloop van van de ziekte, en het effect daarvan op het netvlies, in kaart te brengen.

Dit werk is gepubliceerd in Parkinsonism and Related Disorders in April 2019. Een PDF versie van het geschrift, met de titel “Retinal layers in Parkinson’s disease: A meta-analysis of spectral-domain optical coherence tomography studies”, kan hier worden gevonden.